Het spel en de Knikkers. Deel 6: Tegengeluiden

Deel 6: Tegengeluiden

Begin februari 2014 lekte een discussiestuk van de SER uit aangaande de toekomst van de arbeidsgerelateerde zorg. De inhoud van dit stuk deed vermoeden dat er ingrijpende veranderingen in het huidige bestel gaan komen. De voorgestelde veranderingen komen voor een groot deel tegemoet aan wensen die door de FNV zijn geuit. Wat de vakbeweging betreft is o.a. verzuimbegeleiding een corrupt systeem dat hard moet worden aangepakt.

De voorgestelde maatregelen doen geen recht aan de (financiële) verantwoordelijkheid voor verzuim die bij de werkgever is neergelegd. Deze loopt het risico bij verzuim 12 jaar (een deel) van de loon- en uitkeringskosten te moeten betalen, maar dreigt een groot deel van de mogelijkheden om regie uit te oefenen kwijt te raken. Reacties vanuit de NVAB en OVAL zijn verdeeld en vrij voorzichtig. Aan de kant van de werkgevers blijft het opvallend stil. Men lijkt zich de financiële gevolgen van de voorgestelde scenario’s niet te beseffen. Ingrijpen in de arbeidsgerelateerde zorg zonder daarbij ook het bestel van sociale verzekeringen aan te pakken, zou rampzalige gevolgen hebben.

De afgelopen maanden zie ik tot mijn opluchting een aantal artikelen die meer recht doen aan de complexe samenhang tussen arbeidsgerelateerde zorg en sociale verzekeringen.

Lees bijvoorbeeld:

“Afschaffen bedrijfsarts is geen slim plan” van Bas Tomassen: http://www.ergatis.nl/nieuws/Artikelen-32/77/Afschaffen-bedrijfsarts-is-geen-slim-plan.html

Bas Tomassen laat in een mooie analyse zien dat de scenario’s die worden onderzocht los staan van de context van de sociale zekerheid.

“In de tot nu toe gepubliceerde scenario’s en uitgelekte plannen wordt in ieder geval een schrijnend gebrek aan historisch besef van het arbeidsongeschiktheidsdossier zichtbaar, en wordt de onlosmakelijke relatie tussen gezondheidszorg (ziekte) en sociale zekerheid (inkomen) ontkend. Het verbreken van de noodzakelijke verbinding tussen de werkgever en zijn verzuimende werknemer door de sociaal medische begeleiding op afstand in de reguliere zorg onder te brengen, zou rampzalig zijn voor het benutten van belastbaarheid en (passend) werk bij herstel en re-integratie. Deze zaken zijn nu juist door invoering van de TZ/arbowet in 1994 en de daarop volgende wet- en regelgeving zoals WULBZ, WVP en WIA met sprongen vooruit gegaan. De arbeidsgeneeskundige van de huisartspraktijk of het gezondheidscentrum is onbekend met het werk en de werkgever, en wordt dus belemmerd bij het maken van een goede probleemanalyse als basis voor het plan van aanpak voor de re-integratie”.

“Verzuim lager dan ooit” van Pieter de Jongh: http://bgmagazine.nl/sites/default/files/Column_Pieter_deJongh_april2014.pdf

Pieter viert het feit dat het verzuimpercentage historisch laag ligt door o.a. het gedragsmodel van Falke & Verbaan  en het Eigen Regie-model voor werkgevers.

En passant schrijft hij het volgende: “Gaan we nu rusten op onze lauweren? Nee, natuurlijk niet. We gaan de verzuimbegeleiding bij de huisarts leggen! Gekkigheid natuurlijk, het lijkt wel 1 april…”

“Gedoe in de polder” van Bas Tomassen & Rob Vonk: http://www.ergatis.nl/pdf/76_btrv_in_vakblad_arbo_nr_4_2014.pdf

In dit artikel wordt aangegeven dat het belangrijk is zowel verzuimbegeleiding als preventief advies bij de bedrijfsarts te laten liggen.

“De huidige discussie bij de Sociaal Economische Raad (SER) gaat over de vraag of de bedrijfsarts bij de werkgever moet werken, bij de huisarts/het gezondheidscentrum of in het ziekenhuis. Los daarvan is het belangrijk om na te denken over het verbinden van kennis over belasting en belastbaarheid met beroepen, bedrijven en sectoren, de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid. Het gaat om de bescherming en ontwikkeling van arbeidsvermogen en om de beheersing van de instroom, doorstroom en uitstroom van benutbare arbeidscapaciteit en het daaraan verbonden beroep op collectief gefinancierde inkomensvoorzieningen. De bedrijfsarts is een in preventie geschoolde sociaal-geneeskundige en als zodanig bij uitstek de medicus die weet welk werk gezond maakt en houdt. Dit in tegenstelling tot de op ziekte en genezing gerichte huisarts en specialist. Daarnaast is de bedrijfsarts individu- én context-gericht. Juist deze kennis en oriëntatie zijn essentieel in de komende jaren waarin duurzame inzetbaarheid van strategisch belang wordt voor de overheid en arbeidsorganisaties. Dus moeten we voorkomen dat de bedrijfsarts wordt teruggeplaatst in de context van ziektedokter en zijn taken daarmee doorgeschoven naar de curatieve sector”.

“Laat alle betrokkenen bij zieke werknemers dezelfde taal spreken” van (opnieuw) Bas Tomassen, Jim Faas & Nico Croon. http://www.ergatis.nl/pdf/51_131205_fd_opiniestuk_arbeidsgerelateerde_zorg_btjfnc.pdf

In dit artikel klinkt onder andere de stem van Jim Faas (voorzitter Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde) door. Ook op andere plekken suggereert hij de opleidingen voor bedrijfs- en verzekeringsartsen samen te voegen.

“Zolang de verschillende beroeps­groepen die betrokken zijn bij ziekte en arbeidsongeschiktheid hun eigen taal en terminologie bezigen, zullen de geboden oplossingen suboptimaal zijn. Het is onverstandig om een gebrek aan kennis van arbeidsgerelateerde zorg op te lossen door die zorg te herstructureren. Er kan beter worden geïnvesteerd in kennis”.

Half april heeft Falke & Verbaan een goed bezocht symposium over ‘De toekomst van de arbeidsgerelateerde zorg’ georganiseerd waarin vertegenwoordigers van brancheorganisaties, arbodienstverleners, adviesbureaus en diverse bedrijfsartsen en andere arboprofessionals zijn bijgepraat over het lopende SER-traject en verschillende alternatieve standpunten. Ik hoop dat een deel van de inhoud van dit symposium wordt gepubliceerd. Falke & Verbaan stuurde op 10 oktober 2013 een brief aan de Commissie Arbeidsomstandigheden: http://www.bedrijfsartsengroep.nl/bestanden/documenten/833-brief-ser-okt-2013.pdf

Hier staat de volgende oproep in: “Wij adviseren dan ook om, behalve het oplossen van knelpunten, geen ingrepen te verrichten die een gezonde marktwerking kunnen verstoren. Juist nu de markt naar een nieuwe ordening toegaat, met meer kosteneffectiviteit en oog voor kwaliteit, zullen nieuwe ingrepen de winst van de afgelopen twintig jaar weer teniet doen. Indien er toch nog een fundamentele discussie nodig is over de sociale zekerheid in de sfeer van werknemersverzekeringen, dan zal de adviesvraag van de minister zich in onze ogen moeten richten op de WGA systematiek, het sanctiebeleid van het UWV en diens toezichthoudende rol. Dat daar ook winst te behalen is, is wel zeker. Dat valt echter buiten de scope van de huidige adviesaanvraag van de Minister van SZW en dus van deze brief aan de Commissie Arbeidsomstandigheden van de SER”.

Een logische vervolg op deze brief is door de Vereniging Zelfstandige en Freelance Bedrijfsartsen verstuurd op 11 maart 2014: http://www.bedrijfsartsengroep.nl/bestanden/documenten/274-20140311-brief-szw.pdf

Ook in deze brief worden de nodige kanttekeningen geplaatst bij vergaande hervorming van de arbeidsgerelateerde zorg.

“Hoe kijken we als zelfstandige en freelance bedrijfsartsen naar het huidige stelsel? Het huidige stelsel, de maatwerkregeling, is in 2005 ingevoerd om in lijn te komen met de Europese regels. Zelfstandige bedrijfsartsen werken hier dagelijks mee en ervaren de voor- en nadelen van het huidige stelsel van nabij. Velen van ons hebben ook die van voor “Poortwachter” en van voor “TZ Arbo” meegemaakt. Naar onze mening werkt het huidige stelsel naar behoren. Er is daarmee geen urgentie voor een ingrijpende verandering. Natuurlijk zijn er verbeteringen mogelijk. De NVAB heeft haar 7 punten voorgesteld (zie bijlage1). Wij als zelfstandigen delen onze kennis en ervaring graag met beleidsmakers om tot stelselverbetering te komen. Onze vrees in de huidige situatie is dat er ingrijpende besluiten genomen worden die achteraf schade op zullen leveren. Wij spreken dan niet over alleen financiële schade maar ook over het verlies van kennis en kwaliteit van arbeid.

Met alle genoemde imperfecties, problemen en knelpunten heeft Nederland nu een van de laagste verzuimcijfers binnen Europa, een hoge werknemerstevredenheid en een hoge arbeidsproductiviteit. Dit bij uitstekende arbeidsomstandigheden. Een invulling van de maatwerkregeling zoals u als wetgever dit bedoeld heeft zorgt voor heldere verantwoordelijkheden voor zowel werkgever, werknemer als bedrijfsarts. Mits goed toegepast kunnen wij hierbinnen als professionals kwalitatief goede zorg leveren. Het eind 2013 gepubliceerde onafhankelijk onderzoek naar cliënttevredenheid, in opdracht van OVAL, ondersteunt deze stelling”.

Tot slot nog aandacht voor het jaarlijkse onderzoek van BG Magazine naar de arbodienstverlening in Nederland: http://www.bgmagazine.nl/content/onderzoek-arbodienstverlening-nederland-2014-deel-1.

Het artikel begint met een opvallend positieve insteek: “We mogen dit jaar een paar hele grote complimenten geven. De markt lijkt écht volwassen te worden. Er is voor elk wat wils, de markt sluit aan op de vraag van vandaag”.

Iets verder in het artikel wordt de volgende vraag gesteld: “Met het oog op zulke mooie rapportcijfers is het toch best raar dat de SER lijkt te gaan adviseren om het huidige arbomodel op de schop te gooien? Of toch niet?”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *