De mythe van de ‘Onafhankelijke Bedrijfsarts’

In de discussie over de ‘noodzakelijke’  hervorming van de arbeidsgerelateerde zorg wordt telkens naar voren gebracht dat de bedrijfsartsen in het huidige systeem niet onafhankelijk zijn. Je kunt je echter afvragen wat nou eigenlijk een onafhankelijke bedrijfsarts is.

Ik denk dat ik vanuit de praktijk wel begrijp wat hier wordt bedoeld. Als ik kritiek over een bedrijfsarts krijg te horen, dan gaat het bijna altijd over de volgende zaken:

  • ik kan helemaal nog niet werken, ik ben toch ziek;
  • mijn huisarts/specialist/psycholoog/etc. heeft iets anders gezegd;
  • de bedrijfsarts luistert helemaal niet/begrijpt mij niet;
  • hij/zij heeft helemaal geen (lichamelijk) onderzoek gedaan.

Bijna altijd komt de kritiek uiteindelijk op de volgende redenering neer: ik ben ziek, maar de bedrijfsarts zegt dat ik toch kan werken. De bedrijfsarts begrijpt het dus niet en zegt alleen maar wat mijn werkgever wil horen.

Met het gevaar in stereotypen te vervallen valt mij op dat je dit soort argumenten vaak te horen krijgt van medewerkers die vervolgens over ‘de bond’ en het recht op ziekte (of nog mooier ziektewet) beginnen. De bedrijfsarts kan het bij deze medewerkers alleen maar goed doen als hun ziekte wordt ‘erkend’ en direct vertaald naar ‘het recht’ om thuis te mogen blijven. De kritiek dat de bedrijfsartsen niet onafhankelijk zijn heeft dus eigenlijk betrekking op het sociale systeem. Het heeft niets te maken hoe bedrijfsartsen hun functie uitvoeren, maar raakt de kern van het recht op loondoorbetaling (art. 629 BW), de Wet verbetering Poortwachter en de WIA: ondanks ziekte dient ook altijd naar benutbare mogelijkheden te worden gekeken en zijn deze het uitgangspunt voor reïntegratie en het recht op loondoorbetaling of een uitkering. Bedrijfsartsen die conform de wetgeving adviseren over mogelijkheden en activeren kunnen het in de ogen van de FNV en een deel van de werknemers dus nooit goed doen.

Hetzelfde geldt als een bedrijfsarts stuurt op het oplossen van een conflict als dit de oorzaak van uitval is; het advies is conform de STECR-richtlijnen en daarmee gebaseerd op best practice; toch zal het door de medewerker als partijdig/afhankelijk worden ervaren.

Ik ben geneigd bedrijfsartsen te wantrouwen waar ik nooit een klacht over hoor; zonder activerende adviezen doe je het in de ogen van werknemers al snel goed. Zachte heelmeester maken als het om reïntegratie gaat echter stinkende wonden.

Activeren is wel degelijk ‘zorgen’ voor de werknemer. Veel werknemers beseffen niet wat het ‘voorland’ van een WIA-uitkering inhoudt. Een WIA-uitkering is geen oplossing, maar een minimaal vangnet met grote financiële gevolgen. De kans op succesvolle reïntegratie neemt sterk af naarmate een werknemer langer in het verzuim zit. Activering is een voorwaarde om er gezamenlijk voor te zorgen dat de betrokkene niet ‘afzakt’ naar een uitkering met alle problemen van dien.

Het sturen op benutbare mogelijkheden is de afgelopen jaren zeer succesvol gebleken. Het gemiddelde verzuimpercentage ligt op een historisch laag niveau, net als de WIA-instroom. Kijk naar de geschiedenis van de bedrijfsverenigingen en de meer recente buitenproportionele instroom in de WIA vanuit de ziektewet (zonder begeleiding van een werkgever ondersteund door een bedrijfsarts) en jij kan eigenlijk al uittekenen wat het gevolg zal zijn van het hervormen (of moet ik vervormen zeggen) van de arbeids-gerelateerde zorg zal zijn. Voor grote werkgevers zal er waarschijnlijk niet veel veranderen, het MKB moet zich wel degelijk zorgen gaan maken.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *