Deel 3: De FNV bespeelt de pers

Ik wil deze post starten met een welgemeend compliment voor de FNV; wat zitten daar toch een geniale strategen! Als geen ander zijn ze in staat de pers en een deel van de politiek te bespelen.

Door optimaal gebruik te maken van herhalenoverdrijven, generaliseren en weglaten wordt een nieuwe werkelijkheid gecreëerd en weten ze het maximale effect te bereiken. Daarom bied ik hier een korte terugblik; daar kunnen de andere deelnemers in het machtsspel rond de ‘arbeidsgerelateerde zorg’ nog iets van leren! Onderstaande overzicht is overigens verre van compleet!

Allereerst beheersen de FNV het prachtige stijlfiguur van het herhalen. Als een versleten grammofoonplaat wordt telkens dezelfde boodschap herhaald, soms met een kleine variatie om het fris te houden.

Een mooi voorbeeld is te vinden in een aantal kamervragen uit aan de minister van SoZaWe uit 2004:

“1. Hebt u kennis genomen van de berichtgeving over niet-onafhankelijke bedrijfsartsen?

2. Wat is uw reactie op de mening van de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Arbeids-en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB), de heer B. Sorgdrager, dat arbodiensten (waarvoor bedrijfsartsen werken) commerciële bedrijven zijn, belang hebben bij tevreden klanten en daardoor onder druk staan om hun opdrachtgever (de werkgever) ter wille te zijn en dus niet altijd onafhankelijk zijn?

3. Is het u bekend dat deze zelfde kritiek al aanstonds na invoering van de arbodiensten en in het bijzonder na het inwerkingtreden van de Wet uitbreiding loondoorbetaling bij ziekte (WULBZ) van diverse zijden, met name in rapporten van de FNV, is geuit?”

Complete vragen en antwoorden zijn via de volgende link te vinden: http://parlis.nl/pdf/kamervragen/KVR20936.pdf 

Wie de discussie over de ‘(on)afhankelijkheid van de bedrijfsartsen heeft gevolg ziet hier al de bekende kritiekpunten, die gezien vraag 3 dus zelfs al verder terug in de tijd gaan; Wulbz is immers al op 1 maart 1996 ingevoerd.

Ik zoom in op maart 2010; de FNV-bestuurder Leo Harteveld opent (opnieuw)een frontale aanval op de positie van bedrijfsartsen:

“De bedrijfsgezondheidszorg moet op de schop. De bedrijfsarts zou voortaan meer de rol van organisatieadviseur moeten vervullen. Daarnaast zou er een nieuw type arts moeten komen: de werknemersarts, onafhankelijk en uitsluitend voor de begeleiding en behandeling van zieke werknemers. Dat idee lanceerde FNV-bestuurder Leo Hartveld vanmorgen op een bijeenkomst van het Europees Vakverbond in Amsterdam over de positie van bedrijfsartsen.

De FNV constateert dat door marktwerking de positie van de bedrijfsarts als vertrouwenspersoon voor de werknemer is uitgehold. Leo Hartveld: “Al diens werkzaamheden worden immers betaald, via een contract, door de werkgever. Daarnaast zijn bedrijfsartsen steeds meer in de rol gedrukt van ziekteverzuimcontroleurs.
Volgens Hartveld is er nogal eens sprake van wantrouwen bij werknemers: “Zij zien bedrijfsartsen te vaak als verlengstuk van de afdeling personeelszaken of directiekamer. En vaak blijkt dat ook terecht.”

In zijn toespraak stelde Hartveld voor de positie van bedrijfsarts af te bakenen tot die van “organisatieadviseur op het gebied van de arbeidsomstandigheden: Hij houdt zich bezig met zaken als risk-assessment, uitvoeren van onderzoek op groepsniveau, het ontwikkelen van een goed preventiebeleid etc”.

De FNV bepleit de introductie van een arbo-arts of werknemersarts, die niet betaald wordt uit een contract met de werkgever, maar net zoals andere artsen uit de ziektekostenverzekering. Hartveld: “Wij denken dat het goed is wanneer de arbo-werknemersarts wordt geposteerd in de directe nabijheid van de huisarts. Immers, veel zieke werknemers komen met werkgerelateerde klachten ook op het spreekuur van de huisarts. Die moet, in geval van werkgerelateerde klachten, direct kunnen doorverwijzen naar een werknemersarts.”

Opvallend is dat de FNV vooral de focus op arbeidsgerelateerde klachten legt; zie hier de kracht van het weglaten. Wie vervolgens dan gaat bepalen of er sprake is van arbeidsongeschiktheid door ziekte of gebrek of werkgever en werknemer adviseert over benutbare mogelijkheden en reïntegratie wordt buiten beschouwing gelaten. Heel bewust wordt genegeerd dat de bedrijfsarts een belangrijke wettelijke rol heeft bij het beoordelen van het recht op loondoorbetaling bij arbeidsongeschiktheid ten gevolge van ziekte of gebrek. Dit wordt minachtend onder het kopje ‘ziekteverzuimcontrole’ geschaard en dat hoort in de ogen van de FNV blijkbaar niet bij de rol van een bedrijfsarts. Heel vreemd; doet een werkgever hier namelijk zelf een uitspraak over dan gaat deze volgens de FNV (en juristen en kantonrechters) op de stoel van de bedrijfsarts zitten.

De uitspraken van de heer Hartveld blijken de opmaat te zijn naar het ‘FNV-aanvalsplan’ “Fit naar de finish”. Herhalen wordt hier kracht bijgezet door het aanhalen van een lijst van medestanders.

“De arbeidsgeneeskundige staat sinds jaar en dag in de volle belangstelling van de FNV. Met arbosterren-gidsen, klachtenlijnen en participatie in onderzoek naar privacyschendingen heeft de FNV voortdurend getracht het handelen van de arbeidsgeneeskundige te volgen en te bekritiseren. Dat doet zij, omdat werknemers regelmatig klachten melden over de behandeling door de arbeidsgeneeskundige. En arbeidsgeneeskundigen zelf geven toe niet altijd medisch objectief te kunnen handelen vanwege commerciële belangen.

De FNV heeft het onderwerp inmiddels ook in de SER op de agenda gezet. Dit heeft geresulteerd in twee goedbezochte workshops (voorjaar 2009), georganiseerd door die SER. Daarin is heel duidelijk geworden dat veel deskundigen de door de FNV aangegeven knelpunten onderkennen. Vooral het punt dat de arbeidsgeneeskundige niet op een volwaardige wijze tegelijkertijd het belang van de werkgever als dat van de werknemer kan dienen, werd ruimschoots erkend. De KNMG, NVAB en LHV hebben de minister gevraagd te komen met een adviesaanvraag aan de SER over de positionering van deze arts.”

De WIA en de Wet verbetering Poortwachter worden in Fit naar de Finish slechts marginaal benoemd. Preventie zal blijkbaar de WIA-instroom minimaliseren. De begeleiding en sturing die de afgelopen jaren met vallen en opstaan is opgebouwd en mede tot een lager gemiddeld verzuimpercentage en WIA-instroom heeft geleid is in de ogen van de FNV blijkbaar niet nodig.

In 2012 ging er een nieuwe schok door de arbo-wereld. De eerste twee afleveringen van Zembla over De Verzuimpolitie boden de FNV een platform voor het volgende media-offensief. Mocht je deze afleveringen nooit hebben gezien, dan zijn ze via de volgende links nog te bekijken:

Zembla De verzuimpolitie, 23 maart 2012

De verzuimpolitie II, 20 april 2012

Als reactie op de twee uitzendingen roept het FNV het meldpunt Verzuimreductie in het leven. Alhoewel werknemers hier hun ervaring met verzuimreductie kunnen melden, worden werknemers ook uitgenodigd om hun klachten over andere verzuimbegeleiders door te geven.

Met veel bombarie ziet op 11 juni 2012 de rapportage ‘Ziekmakende Verzuimbureaus’ van FNV Bondgenoten het licht. Aan het herhalen van de boodschap wordt nu overdrijven en generaliseren toegevoegd.

De aanklacht van het rapport ‘Ziekmakende Verzuimbureaus’ was niet voldoende. De FNV ging verder met haar kruistocht.

“Na de uitzending van Zembla zijn er in de Tweede Kamer vragen gesteld en de Inspectie SZW heeft in opdracht van toenmalig staatssecretaris Paul de Krom onderzoek gedaan naar de handelswijze van VerzuimReductie. Daar hebben we onze volledige medewerking aan verleend, maar we moesten al snel constateren dat de Inspectie te weinig bevoegdheden had om de omstreden werkwijze aan te pakken.

De tweede uitzending van Zembla had betrekking op het opslaan van medische gegevens. Dat mag niet en in deze uitzending bleek bovendien dat het systeem zo lek was als een mandje. Niet alleen de werkgever kan ongeoorloofd beschikken over de medische gegevens, maar iedere handige jongen kan in het systeem komen.

Wij hebben onze bezorgdheid geuit bij de minister en staatssecretaris, maar de brief van de FNV werd terzijde gelegd. Met het argument: als één verzuimbedrijf de wet blijkbaar overtreedt, wil dit niet zeggen dat de hele branche niet deugt. De politiek vond ingrijpen niet noodzakelijk en vindt dat het toetsingskader van het UWV werknemers voldoende bescherming biedt. Voor de FNV was dit alles voldoende aanleiding om een groter onderzoek op te zetten naar de werkwijze van alle verzuim- en arbodiensten”.

“Erger u niet, verwonder u slechts. Na anderhalf jaar onderzoek moeten wij constateren dat verzuim­ begeleiding niet meer gaat over duurzaam re­integreren, maar een factor is geworden om mee te concurreren op arbeidsvoorwaarden. Hoe zijn wij zo ver verwijderd geraakt van de intentie van de Wet Verbetering Poortwachter”.

Deze twee passages komen uit het rapport ‘Verzuimbegeleiding: een corrupt systeem’ dat in oktober 2013 het licht ziet. Herhalen, generaliseren en overdrijven leiden hier tot een ernstige beschuldiging aan het adres van verzuim- en arbodiensten. Het onderzoek dat de FNV in de inleiding noemt is niets meer dan een samenvatting van de klachten die via het meldpunt zijn binnen gekomen; er is zeker geen sprake geweest van een objectief en onafhankelijk onderzoek. De kritiek mag de branche zeker ter harte nemen, maar een deel van de klachten heeft te maken met het feit dat de klagende werknemers liever niet geactiveerd of gecontroleerd worden. De privacy-aspecten zijn van een andere orde en op dit vlak kan/dient er nog het nodige te worden verbeterd.

Als tegengeluid hier nog een link naar een satirische column van Herman Evers. Veel werknemers willen zich legitimeren als ze niet kunnen werken en overstelpen hun werkgever ongevraagd met informatie die als privacy-gevoelig wordt gezien.

Het media-offensief van de FNV lijkt te werken; veel van hun kritiek komt terug in de scenario’s die door de SER worden uitgewerkt. Lieke Kwant geeft de volgende samenvatting in een artikel op Medisch Contact:

“Het plan is een breuk met de sinds begin jaren negentig dominante opvatting dat werkgever en werknemers samen verantwoordelijk moeten zijn voor het inperken van het verzuim. Die visie vloeide voort uit de parlementaire enquête over de sociale verzekeringen, ofwel de commissie-Buurmeijer, en leidde tot privatisering van de arbozorg. Het deels terugdraaien van die privatisering is de wens van de grote vakbonden, die zich al jaren boos maken over de in hun ogen falende verzuimbegeleiding. Ze voeren een felle lobby, met als laatste wapenfeit het rapport ‘Verzuimbegeleiding: een corrupt systeem’ uit oktober 2013”.

Vreemd genoeg blijft opvallend stil aan de kant van de werkgevers ………..

Een gedachte over “Deel 3: De FNV bespeelt de pers

  1. Wat mogelijk te wachten staat is werkelijk ongelofelijk. Het idee , destijds, was met het privaat maken van ziek/arbeidsongeschikt zijn al dan niet werkgerelateerd neer te leggen bij de werkgever, financieel dus.
    Ik ben een bedrijfsarts en heb me altijd onafhankelijk gevoeld en dat ben ik ook. Willen we nu weer terug naar af, het oprichten van een nieuw soort GAK, publiek rechterlijk dus dan zijn we weer terug bij af en is er weer geen enkele prikkel meer voor reintegratie. Ik kan hier nog wel 1000 pagina s over typen maar dat lijkt me niet de bedoeling
    Rob Oomen, geregistreerd bedrijfsarts en vooral onafhankelijk

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *