Wijkt het medisch geheim voor fraudebestrijding?

Kabinet wil tornen aan medisch beroepsgeheim“; dit bericht haalt op 18 juli j.l. de voorpagina van Trouw en galmt na in andere dagbladen.

Trouw baseert het artikel op een concept wetsvoorstel. De eerste reacties vanuit het werkveld liegen er niet om:

“Verzekeringsartsen reageren geschrokken. “Ik dacht altijd dat het beroepsgeheim niet wordt verkwanseld voor financiële belangen. Dat blijkt dus naïef te zijn’, zegt Jim Faas, voorzitter van de vereniging voor verzekeringsgeneeskunde NVVG. “Verzekeringsartsen zijn toch niet van de fraudebestrijding?”

Daar denkt de minister van volksgezondheid Edith Schippers anders over. Bij uitkeringsfraude gaat het immers om geld van de gemeenschap. Frauderende zorgverleners kunnen het medisch beroepsgeheim misbruiken om fraude verborgen te houden, liet zij eerder al weten aan de Tweede Kamer, meldt haar woordvoerder.

“Faas waarschuwt dat deze wet ook huisartsen en specialisten raakt. “De gegevens die zij aan ons verstrekken, kunnen worden prijsgegeven voor het ‘hogere doel’ van fraudebestrijding.”

Uit het artikel blijkt dat het concept wetsvoorstel niet zomaar uit de lucht komt gevallen:

De discussie over het medisch beroepsgeheim ontstond vijf jaar geleden. Toen werd bekend dat de overheid (sic; gaat het hier niet deels om maatschappelijke kosten?) door frauderende psychiaters voor tientallen miljoenen euro’s was opgelicht. Mensen kregen via hen een arbeidsongeschiktheids- of een zorguitkering, terwijl ze daar geen recht op hadden.”

Dramatische woorden waarmee werd aangegeven dat vanuit een groot financieel belang naar een oplossing moest worden gezocht. Minister Schippers gaf opdracht om het medisch beroepsgeheim te onderzoeken.

 

“Wel vindt ze het onacceptabel dat fraude ten koste van middelen voor sociale zekerheid en zorg, niet zou kunnen worden bestreden en vindt ze daarvoor een wetswijziging noodzakelijk.”

2013: kamerbrief bij rapportage onderzoek ‘Medisch beroepsgeheim in dubio’

In januari 2013 stuurde minister Schippers een kamerbrief naar aanleiding van het onderzoek ‘Medisch beroepsgeheim in dubioIn deze brief wijkt zij deels af van de conclusies van de onderzoekers door direct al aan te geven dat zij een wetswijziging noodzakelijk vindt:

“Naar aanleiding van het schietincident in Alphen aan den Rijn en fraude met persoonsgebonden budgetten (pgb’s) en arbeidsongeschiktheiduitkeringen, is discussie ontstaan over de mogelijkheden het medisch beroepsgeheim te doorbreken. Minister Schippers heeft hier onderzoek naar laten doen.”

De onderzoekers zijn van mening dat vanuit het belang van het medisch beroepsgeheim gezien – namelijk vrije toegang tot zorg – de bestaande wetgeving voldoende mogelijkheid biedt tot doorbreking van het beroepsgeheim. Wetswijziging achten zij niet nodig, invulling via beroepsnormen biedt genoeg mogelijkheden.”

“Minister Schippers deelt de algemene conclusies van de onderzoekers. Wel vindt ze het onacceptabel dat fraude ten koste van middelen voor sociale zekerheid en zorg, niet zou kunnen worden bestreden en vindt ze daarvoor een wetswijziging noodzakelijk. Met de onderzoekers is ze van mening dat iemand die fraudeert met voorzieningen uit algemene middelen de bescherming van het medisch beroepsgeheim niet hoort toe te komen.”

Achter de schermen worden allerlei stappen ingezet. Zo wordt er onder andere een Factsheet over het Medisch beroepsgeheim ontwikkeld.

 

“Beoogd wordt een bijdrage te leveren aan debatten in het parlement waarin het beroepsgeheim een rol speelt.”

De Factsheet Medisch Beroepsgeheim

Het ministerie van VWS heeft recentelijk een Factsheet Medisch beroepsgeheim uitgebracht. Op de eerste pagina staat de vraag: Waarom vinden we met z’n allen het medisch beroepsgeheim eigenlijk zo belangrijk?”

“Het medisch beroepsgeheim dient ter bescherming van de individuele patiënt en van de samenleving als geheel. Het geheim is een waarborg voor vrije toegang tot de gezondheidszorg. Als burgers niet kunnen vertrouwen op het beroepsgeheim, bestaat het risico dat zij zorg zullen gaan mijden. Dat is niet alleen onwenselijk voor de patiënt, maar kan ook onwenselijk zijn voor de maatschappij, bijvoorbeeld als hierdoor besmettelijke ziekten niet tijdig onderkend en behandeld worden. Het medische beroepsgeheim is er dus niet ter bescherming van de hulpverlener, maar ter bescherming van de patiënt en de maatschappij. Het medisch beroepsgeheim impliceert dat de hulpverlener in beginsel dient te zwijgen over al hetgeen hij over de patiënt weet. Dit wordt wel de ‘zwijgplicht’ genoemd. Op dit beginsel bestaan uitzonderingen, die hierna aan de orde komen.”

In de factsheet wordt een link gelegd naar het politieke debat:

“Deze factsheet is bedoeld om op hoofdlijnen antwoord te geven op het type vragen dat hierboven is gesteld. Daarmee worden de belangrijkste regels en uitzonderingen rond het medisch beroepsgeheim op een rij gezet. Beoogd wordt een bijdrage te leveren aan debatten in het parlement waarin het beroepsgeheim een rol speelt.”

Onder de uitzonderingen worden een aantal zaken genoemd, die het werkgebied van bedrijfs- en verzekeringsartsen raken:

“De overheid heeft soms medische gegevens nodig van burgers bijvoorbeeld voor de vaststelling van een uitkering. De overheid mag geen dwang uitoefenen op burgers om gegevens te verstrekken, maar als de burger besluit geen medewerking te verlenen kan dat wel betekenen dat bijvoorbeeld geen uitkering kan worden verstrekt. Er mogen nooit meer gegevens gevraagd worden dan nodig. Voor de verwerking van de gegevens zijn strenge regels waaraan de overheid zich moet houden.”

“Schadeverzekeraars moeten zorgvuldig omgaan met het opvragen van gegevens die zij nodig hebben. Zo mogen zij de informatie waarover zij beschikken niet onderling uitwisselen. Opvragen van gegevens van werkgevers of bedrijfs- en verzuimartsen over zieke werknemers kan alleen op basis van een machtiging met een gerichte vraagstelling. Verstrekken van die gegevens kan alleen als die machtiging door de patiënt is ondertekend.”

Die laatste passage ligt nog gewoon in de lijn met de huidige werkwijze. Met het concept wetsvoorstel lijkt minister Schippers daar echter verandering in aan te willen brengen.

 

“Artsen moeten moord en brand schreeuwen. En de Kamerleden die instemmen met deze wet hebben niets van het beroepsgeheim begrepen. Zij zijn geen knip voor de neus waard.”

Terug naar het artikel in Trouw:

“Mocht het wetsvoorstel bij het parlement worden ingediend, dan zal de KNMG daartegen in verweer gaan. De vereniging voor verzekeringsgeneeskunde doet dat nu al. “In een fractie van de gevallen is er sprake van uitkeringsfraude. Moeten wij daarom het beroepsgeheim opofferen?”, zegt Faas enigszins opgewonden. “Als de verzekeringsarts een spreekplicht krijgt, komt het vertrouwen met integere cliënten onder druk te staan.”

De KNMG geeft zelf een reactie op haar site:

“Omdat de KNMG het wel belangrijk vindt dat zorgfraude wordt tegengegaan, is zij samen met andere  partijen in gesprek met de ministeries van VWS en Veiligheid en Justitie over de aanpak hiervan. Een wettelijke plicht om het beroepsgeheim te doorbreken bij vermoedens van (uitkerings)fraude, is voor de KNMG echter geen optie. Mocht hiertoe dan ook een wetsvoorstel worden ingediend bij de Tweede Kamer, dan zal de KNMG daartegen in verweer gaan.”

In Trouw verschijnt een week later een vervolgartikel. Hierin verwoordt Martin Buijsen, hoogleraar recht & gezondheidszorg aan Erasmus Universiteit scherp de kritiek op het voorgenomen wetsvoorstel:

“De hoogleraar vindt het medisch geheim een groot goed. “Natuurlijk is het in sommige gevallen een sta-in-de-weg, maar de onbelemmerde toegang tot de zorg is altijd waardevoller geweest dan andere belangen.”

“Het verplicht verstrekken van medische dossiers aan justitie bij vermoeden van fraude, zal niet veel oplossen denkt Buijsen. “Ik begrijp dat de overheid zorgvuldig wil omgaan met gemeenschapsgeld. Maar het is de vraag of je in veel gevallen iets hebt aan de patiëntendossiers van verzekeringsartsen. Schippers kiest nu voor de makkelijkste weg.”

“Als de overheid mensen wil pakken die onterecht in een uitkering zitten, kunnen ze beter het werkproces van verzekeringsartsen veranderen. Deze keuringsartsen van de uitkeringsinstantie UWV zouden bijvoorbeeld vaker hun cliënten in de spreekkamer kunnen roepen om zelf te kijken hoe het met de patiënt gaat. En om te zien of de patiënt nog altijd recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering.

Het artikel in Trouw start dan ook niet voor niets met de volgende strijdlustige oproep van Buijsen:

Artsen moeten moord en brand schreeuwen. En de Kamerleden die instemmen met deze wet hebben niets van het beroepsgeheim begrepen. Zij zijn geen knip voor de neus waard.”

 

“Dat Schippers nu het beroepsgeheim aanpakt, is vooral een poging om te maskeren dat de aanpak van fraude niet op orde is.”

Uit een artikel in de Volkskrant komt wat duidelijker naar voren waar het om draait. Er is een ambtelijke notitie met een concept wetsvoorstel naar enkele instanties gestuurd. Blijkbaar is er behoefte aan een reactie. Een aantal jaren geleden zouden we dit nog een proefballonnetje hebben genoemd.

“SP-Kamerlid Renske Leijten, die al eerder in aanvaring kwam met Schippers over het beroepsgeheim van artsen, is kritisch over de conceptwet. ‘Dit is helemaal niet nodig. Er zijn meer dan genoeg middelen om fraude aan te pakken, maar dan moet je er wel in investeren. Dat Schippers nu het beroepsgeheim aanpakt, is vooral een poging om te maskeren dat de aanpak van fraude niet op orde is.”

Toch is er iets raars aan de hand met de storm aan reacties. Het concept wetsvoorstel heeft betrekking op een beperkte groep medici. Er wordt gesuggereerd dat elke arts een behandelaar is en dus zorg verleent. Er zijn echter groepen artsen die meer als medisch adviseur optreden, dan als behandelaar. De discussie raakt ook de gevoeligheid van deze medisch adviseurs voor het medisch tuchtrecht. Het zou goed zijn als daar eens kritisch naar zou worden gekeken.

Voorlopige is de conclusie dat het beroepsgeheim te belangrijk is om op deze manier te grabbel te worden gegooid. Jim Faas geeft terecht aan dat het medisch dossier niet alleen gegevens bevat van de medici die direct door deze concept wet worden geraakt, maar ook die van behandelaars. Andere critici wijzen erop dat de wetswijziging niet nodig is. De mogelijkheden die er al zijn om fraude te bestrijden worden nog onvoldoende benut en er zijn alternatieven te bedenken die minder ingrijpend zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *