Op jacht naar zwart verzuim

Enige tijd geleden las ik in de NRC een interview met schrijfster Pauline de Bok met haar laatste boek ‘De jaagster’ als aanleiding. Pauline vertelt in het interview dat ze zelf had leren jagen om hier over te kunnen schrijven. Zij beschrijft welke gevoelens de jacht bij haar los maken:

‘Alleen in dat schitterende landschap, alleen het schijnsel van de maan. Alle besef van tijd is weg. En dan hoor je iets. Door de kijker zie je een rotte everzwijnen. Je krijgt er één recht in je vizier. Je laadt, je richt, het is nu of nooit. Je schiet. Raak. Het dier valt om. De ontlading die je dan voelt, is zo intens‘.

Het interview deed mij gelijk denken aan een onderwerp waar ik al heel lang over wilde schrijven: ZWART VERZUIM.

Iedereen die zelf verzuim begeleidt heeft wel eens (of meerdere malen …… zucht) te maken gehad met een verzuimmelding waarvan je op je klompen aanvoelt dat deze niet klopt. De werknemer die op het laatste moment verlof aanvraagt, dat helaas niet kan worden gehonoreerd ……… en zich vervolgens op de betreffende dag ziek meldt. De werknemer die regelmatig ziek is, waarvan de collega’s fluisteren dat ze vooral een oppasprobleem heeft. De werknemer die op maandagochtend altijd een beetje misselijk is; vul zelf de lijst maar aan.

Zwart verzuim roept emoties  op: irritatie, verontwaardiging, woede, er komt een waas voor je ogen, misschien wordt je zelfs overvallen door bloeddorst …… en dan gaat het fout! Waar negatieve emoties overheersen, verdwijnt het gezond verstand uit het raam!

Er wordt door (case)managers heel veel energie gestoken in het ontzenuwen van zwart verzuim. Het onrecht moet en zal worden aangetoond en daarvoor worden alle registers open getrokken. Er wordt vaak naar een ‘professionele verzuimcontrole’ (lekencontrole) thuis gegrepen of een spoedoproep bij een bedrijfsarts. Beiden leveren zelden het gewenste resultaat op: een betermelding met terugwerkende kracht. Na een melding heb je eigenlijk de eerste dag verzuim al te pakken. Een (leken)controleur kan en mag bovendien niet vaststellen dat een werknemer niet ziek is; dat is voorbehouden aan een bedrijfsarts. De bedrijfsarts zal zelden ondubbelzinnig zeggen dat een werknemer niet ziek is of was, hooguit dat deze de volgende dag weer kan werken.

Eén ding: als je een melding niet vertrouwt, verschuil je dan niet achter een (leken)controleur of een bedrijfsarts. Ga zelf langs (met een bos bloemen, extra lullig!) of nodig de betreffende werknemer uit voor een gesprek op kantoor. Dat heeft vele malen meer impact. Zeg wat je op je lever hebt, maar ga vooral niet in discussie. Als werkgever mag je van alles denken over de ziekmelding, je mag deze echter niet weigeren. Beland je uiteindelijk voor een kantonrechter, weet dan dat deze een hekel heeft aan werkgevers/managers die ‘op de stoel van de bedrijfsarts gaan zitten’. Gelijk halen heeft in dergelijke gevallen een hoge prijs.

Laten we overstappen naar wat cijfers! Niet gelijk afhaken; deze zijn best interessant! In mijn eerste training op het gebied van verzuimmanagement kreeg ik een overzicht voorgeschoteld van de verdeling van zwart, grijs en wit verzuim en die is mij altijd bijgebleven. De trainer (Rudo Vissers van Argo Advies) vertelde het volgende:

1 op de 10 verzuimmeldingen is zwart; er is eigenlijk geen sprake van ziekte. De werknemer gebruikt onterecht een ziekmelding om niet te hoeven werken. Dit zijn de ‘lastige gevallen’ die de meeste emotie oproepen. Zoals eerder aangegeven raakt een onterechte ziekmelding de (case)manager rechtstreeks in zijn gevoel voor rechtvaardigheid. De eerste reactie is dan ook te proberen de ziekmelding te ‘ontzenuwen’. Hemel en aarde worden bewogen om aan te tonen dat het verzuim niet terecht is.

3 op de 10 meldingen zijn wit; er zijn dusdanig veel beperkingen dat werken niet mogelijk is of zelfs tot meer of blijvende gezondheidsschade kan leiden. Ziekte is gelegitimeerd en het devies is (tijdelijk) met rust laten!

6 op de 10 meldingen zijn grijs; er zijn wel beperkingen, maar daarnaast ook mogelijkheden om aangepast of ander werk te verrichten. Ik zal niet zeggen dat je hier het laaghangende fruit vindt, maar de winst zit vooral in deze groep en het benutten van aanwezige mogelijkheden.

Een overzichtelijk indeling en vele jaren later kan ik vanuit ervaring constateren dat de aangegeven verhouding aardig klopt!

Conclusie: heel menselijk (maar absoluut niet rationeel) gaat een groot deel van de energie in het ‘zwart’ verzuim zitten, terwijl daar niet de winst valt te behalen! Zwart verzuim wekt blijkbaar bloeddorst op en zuigt als een zwart gat alle (of de meeste) energie op. Zonde, zonde, eeuwig zonde!

Natuurlijk hoef je onrecht niet lijdzaam over je heen te laten komen; maar geef je niet over aan je rauwe oerinstinct! Laat merken dat je weet wat er speelt, baken af en probeer de schade te beperken, maar steek je energie vooral in het benutten van benutbare mogelijkheden (activeren) bij grijs verzuim soms in combinatie met de inzet van interventies en het bevorderen van reintegratie en herstel bij wit verzuim. Dat is wel zo efficiënt en daarnaast ook beschaafd!

2 gedachtes over “Op jacht naar zwart verzuim

  1. De indeling van zwart, wit en grijs verzuim is gedateerd en gebaseerd op de behoefte verzuim te legitimeren en categoriseren; een eenvoudige vorm van triage dus. Het is ontleend aan controle praktijk, een primitieve vorm van casemanagement toen het gedragsmodel nog niet bestond. Helaas blijft deze vorm van verzuimbegeleiding hardnekkig populair bij werkgevers die medewerkers niet vertrouwen. De populariteit van verzuimburo’s kan daar deels door worden verklaard. En het heeft nog effect ook, het verzuim daalt snel maar zonder maatregelen die een normale dialoog tussen werkgever en werknemer waarborgd zal vroeg of laat het verzuim weer stijgen (en waarschijnlijk ook verloop, en zal de medewerker minder geneigd zijn zijn best te doen voor de werkgever).
    Pas op met ongewenst gedrag meteen te benoemen als fraude en dan dit ook zo te benaderen. Maak ongewenst gedrag eerst bespreekbaar. Overigens is fraude in een aantal bedrijfstakken zeker een probleem en camera’s ophangen is soms nodig, maar vergeet niet dat bij de meest voorkomende vorm van fraude (jatten van de baas) ook vaak een situatie is gecreëerd waarbij ongewenst gedrag oogluikend wordt toegestaan. Bijvoorbeeld gebruik van busje vd baas en af en toe wat materialen van de baas om in het weekend te klussen/zwart te werken. Gelegenheid scheppen en onduidelijke afspraken die kunnen worden opgerekt, het ontbreken van aanspreekcultuur schept situaties (waarop dan vervolgens controleurs en bedrijfsrecherche worden losgelaten) halen de oorzaken niet weg en ook niet altijd de gevolgen door gebrek aan bewijslast of aantoonbare verwijtbaarheid (zoals zo vaak bij ontslag op staande voet wanneer de rechter oordeelt ).

    1. Dank voor de waardevolle toevoeging Reijer! Ik ben het voor een groot deel met je eens. Ik gebruik zelf wel de aangegeven indeling naast het gedragsmodel omdat het voor veel werkgevers herkenbaar is en goed aansluit bij hun rechtvaardigheidsgevoel en de wens tot legitimering. In verkeerde handen is een dergelijke indeling gevaarlijk.
      Als we het hebben over oplossingen, dan is het gedragsmodel veel waardevoller. Hier zit de overlap met het zogenaamde grijs verzuim; duiden en gebruikmaken van benutbare mogelijkheden.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *