Deel 1: Het Lek

Minister Asscher van SZW heeft de SER advies gevraagd over de toekomst van de arbeidsgerelateerde zorg (bedrijfsgezondheidszorg). Hij plaatst de adviesaanvraag tegen de achtergrond van een veranderende arbeidsmarkt en de noodzaak van een duurzame inzetbaarheid van de beroepsbevolking. 
De SER heeft in zijn advies van december 2012 over het stelsel voor gezond en veilig werken al aangegeven een vervolgadvies te willen uitbrengen over de bedrijfsgezondheidszorg op langere termijn. De minister maakt graag van dit aanbod gebruik. Hij vraagt de SER in te gaan op de wenselijkheid van vijf toekomstscenario’s voor de bedrijfsgezondheidszorg die hij heeft laten onderzoeken.”

Begin februari verschijnen in het Financieele Dagblad en de NRC de eerste berichten over de (mogelijke) uitkomst van het SER-advies.

De eerste berichten doen het ergste vrezen: “De SER wil dat bedrijfsartsen zich voortaan bezighouden met preventietaken. De arbeidsgeneeskundige werkt volgens de krant idealiter bij een huisartsenpraktijk of gezondheidscentrum en ziet patiënten van verschillende bedrijven”.

In Medisch Contact schrijft Lieke de Kwant het volgende: ‘Een uitgelekte SER-notitie suggereert dat de bedrijfsgezondheidszorg op zijn kop gaat. ‘Voorbarige conclusie’, luidt de officiële reactie, maar daarmee is de kous niet af. De toekomst van de bedrijfsartsen blijkt inzet van een spannend potje polderen’.

Ingrijpen in de arbeidsgerelateerde zorg zonder aanpassing van het stelsel van sociale verzekeringen zou voor werkgevers een ramp betekenen. Het speelveld is echter complex, er spelen veel (verborgen) belangen en weinig betrokkenen zijn doordrongen van de samenhang tussen sociale zekerheid en de ‘arbeidsgerelateerde zorg’. Door de focus op losse onderdelen is een ‘uitruil’ zo gebeurd, terwijl de negatieve effecten pas op de lange termijn zullen blijken en doordringen. Gepolder heeft wel vaker monsters gecreëerd.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *